|
|
De Provincie Flevoland is akkoord gegaan met het plan van aanpak van SWHLL ter voorkoming van verdere bodemverontreining door uitlogen van wolmanzouten uit de houten gevels.
- De provincie gaat akkoord met het plan om maar een beperkt aantal gevels (min 5 m2 hout en op bepaalde windrichting) te behandelen met het op nanotechnologie gebaseerde middel Woodcare.
- Na een halfjaar dient de Stichting een evaluatie rapport in te dienen.
- Verder zal in de toekomst geregeld gecontroleerd worden of betreffend middel zijn werking behoudt.
Zie volledige tekst hieronder.
Onze reactie richting de provincie op deze brief hebben we onderaan deze brief geplaatst.



onze reactie aan de provincie:
Lelystad,
8 maart 2006
Geachte mevrouw Agtersloot,
Bedankt voor de zeer uitvoerige brief van 3 maart 2006 (MB/06.050229/N).
Op een aantal punten willen we reageren.
1. Alleen de te behandelen gevels logen uit.
U zegt dat alleen de gevels met houtoppervlakte groter dan 5 m2 per strekkende meter gevel en georiënteerd op het zuid-westen en westen uitlogen en daar refereert u naar het TNO onderzoeks rapport R2005/053.
Algemeen.
- In betreffend onderzoeksrapport wordt verondersteld, dat er een relatie is tussen de mate van verontreiniging van de bodem (wel of niet boven S, I waarden), het houtoppervlakte en de ligging van betreffend perceel.
Deze relatie bestrijden we niet.
- In uw brief 21-10-2005 aan de Stichting geeft u aan dat u tot de conclusie gekomen bent, dat de gevels nog steeds uitlogen.
Ook met deze conclusie zijn we het eens.
U heeft deze conclusie getrokken uit de praktijkproeven (R2005/206) die in het Sidhadorp zijn uitgevoerd. Deze praktijkproeven hebben niet aangetoond, dat er een zg magische oppervlaktegrens is waaronder, of een bepaalde gevelligging is waarbij, er geen sprake zou zijn van het uitlogen van wolmanzouten.
De bewering dat de gevels die niet aan uw selectiecriteria voldoen niet uitlogen, is ons insziens dan ook niet door u hard te maken, hooguit kunt u zeggen dat vermoedelijk -op dit moment- , de huidige verontreiniging van de bodem in betreffende situaties onder de I waarde is, of maar plaatselijk boven de I waarde is. Dit laatste bestrijden we ook niet.
Door maar een zeer beperkt aantal gevels te behandelen, blijft de uitloging van de niet behandelde gevels doorgaan. Over een aantal jaren zullen we dan naar verwachting de situatie aantreffen, dat op de plaatsen waar nu nog geen bodemverontreiniging is, of maar plaatselijk boven de I-waarde, er wel forse overschrijdingen van de I waarde worden aangetroffen. In onze email van 6 februari hebben we u daarop gewezen.
Ter aanvulling een aantal punten uit het TNO rapport.
- Bij de inschatting van de volume van verontreiniging, hanteren de onderzoekers, de houtoppervlaktegrens van 2 m2 per strekkende meter gevel.
Men komt dan, op basis van aangeleverde gegevens van SWHLL, op circa 21 m3 uit (U heeft de conclusie van de onderzoekers over deze volume-inschatting tot nu toe altijd overgenomen, en in diverse brieven (o.a. 21-10-2005) hier naar gerefereerd.
Bij de bepaling van de te behandelen gevels, wijkt u nu af. U kiest niet voor de door de onderzoekers gehanteerde ondergrens van 2 m2 per strekkende meter, maar hanteert een oppervlakte van minimaal 5 m2 per strekkende meter.
Hieruit moet we concluderen dat u niet de interpretatie en extrapolatie van de onderzoekers volgt, die ze gedaan hebben op basis van een zeer beperkte aantal metingen, maar dat u zelf de metingen op een eigen wijze heeft geinterpreteerd.
- De onderzoekers (pagina 9) geven aan, dat het niet uitgesloten is, dat ook sterke verontreinigingen voorkomen bij (delen van) gevels die op een andere richting ge-orienteerd zijn (er zijn nog 19 kopgevels ge-orienteerd op het noordwesten tot noordoosten en 65 hoge voorgevels op het zuidoosten, oosten, noordoosten en noorden).
U beschikt waarschijnlijk over andere informatie dan de onderzoekers, door zo stellig te beweren dat betreffende gevels geheel niet uitlogen.
We verzoeken u dan ook om uw besluit om goedkeuring te geven aan een plan, waar een zo zeer beperkt aantal gevels behandeld wordt, te heroverwegen. Dit ter verkoming van verdere verontreiniging in de toekomst op plekken, waar waarschijnlijk nu nog de bodemverontreiniging onder de interventiewaarde is.
2. Product Woodcare,
Hier willen we pas een reactie op geven als we betreffende verklaring van de Arbeidsinspectie zelf ingezien hebben.
We zullen dan ook deze week met u telefonisch contact opnemen voor inzage in de dossiers rondom bodemverontreiniging in de Sidha wijk.
3. Zelf de gevels behandelen .
U geeft aan dat het ons vrij staat om zelf de bodemverontreiniging te verwijderen en de gevels te behandelen of te verwijderen. In de diverse contacten met de provincie hebben we nooit een geheim gemaakt wat onze motieven zijn en wat we zelf met de bodem verontreiniging en geimpregneerd hout gaan doen op ons eigen perceel.
Uw brief van 3 maart, -informeren bodemverontreiniging Sidhadorp-, beschouwen we niet als een uitspraak over onze eigen aangifte van bodemverontreiniging (Donaustraat 170), daar betreffende brief betrekking heeft op het bodemdossier van SWHLL.
Uitspraak over onze aangifte van bodemverontreiniging verwachten we nog van u te krijgen.
Met vriendelijke groet,
Jan-Willem en Miep Bos
|